Aan de leden van de Vaste Kamercommissies

Gouda, 21-01-2019

Aan de leden van de Vaste Kamercommissies
Justitie en Veiligheid, Volksgezondheid, welzijn en Sport

Geachte leden,
Donderdag bespreekt u brieven over Kinderbescherming en Feitenonderzoek.

MINISTERIES MISLEIDEN U Kamerleden,
directies van Ministeries zetten Ministers onder druk ,
directies van Ministeries hebben weinig of geen oog voor ouderorganisaties en daarmee voor al die duizenden kinderen.

Laat de ambtenarenpraat a.u.b. stoppen over:
– feitenonderzoek
– kinderbeschermingsmaatregelen.

U word misleid met:
– actieplannen
– verbeterplannen
– ambities
– intensieve gesprekken tussen organisaties
– praktische verbeterslag
– verbetering van de samenwerking tussen kinderen, ouders en professionals

In de brief van minister Dekker d.d. 06-06-2018 ( 31 839 nr.622) staat op pag. 2:
“Ik denk niet dat deze zwaar juridische verankering een weg is die we moeten inslaan”
HOE is dit mogelijk ?
Dat de Minister voor Rechtsbescherming ( en daarmee de beleidsambtenaren directie Jeugd) solt met de Jeugdwet 2015 lid 3.3 :
alle feiten in rapporten en verzoeken naar waarheid aan te voeren.
Dit raakt toch de integriteit van onze regering? Het is onaanvaardbaar dat leidinggevenden EN hun minister(s) EN hun werknemers onder druk zetten om wetten en regels te overtreden.

ONDER het huidige jeugdzorgsysteem blijft een enorme perverse financiële prikkel bestaan en door gebrek aan toezicht en naleving op de Jeugdwet- en regelgeving is Jeugdbescherming de oorzaak van frequente (psychische) kindermishandeling en veel maatschappelijk leed. De afgelopen decennia waren er vele gezinsdrama’s in de media door Jeugdbescherming; het falen en de werkelijke rol van Jeugdbescherming is zwaar onderbelicht geweest.
ONDER het huidige jeugdzorgsysteem heerst veel maatschappelijke onvrede over de torenhoge advocaatkosten, het banenverlies door stress en gemis van kinderen en verscheuren van gezinnen /families en is er veel gevolgschade door de uithuisplaatsingsdrift van Jeugdbeschermers, die moeten bestaan van aantallen kinderen uithuisgeplaatst per regio.
Jeugdbescherming e.a. = intergemeentelijke dienst kinduithuisplaatsing

ONDER het huidige jeugdzorgsysteem onderkennen kinderrechters de ernstige schadelijkheid van uithuisplaatsingen en dwangbemoeienis door Jeugdbescherming. Een beroep op Burgerlijk Wetboek en/of internationale verdragen als EVRM en IVRK is nutteloos,
waardoor kinderrechters neprechters lijken: kinderrechters als stempelaars voor Jeugdzorg.
Wat ook een nutteloze overbelasting (inefficiëntie) van Rechtbanken en Gerechtshoven.

ONDER het huidige jeugdzorgsysteem vindt geen periodieke toetsing plaats van kinderbeschermingsmaatregelen en/of de mogelijkheid tot terugplaatsing in huis bij ouder(s).

DUIZENDEN KINDEREN EN OUDERS VRAGEN U OM:

– UW ALERTHEID
(zie onze brief van 02-10-2018 bijgevoegd en
wilt u 20 eenvoudige Kamervragen over Jeugdzorg ontvangen?)

– EFFICIENTIE ONDERZOEK NAAR HET HUIDIGE JEUGDZORGSYSTEEM DOOR
EEN ONAFHANKELIJKE INSTANTIE
(want het kan echt : efficiënter, transparanter en veel vriendelijker, daar hoeft geen kind en
ouder onder te lijden)

– STOP DE UITHUISPLAATSINGEN , MEER INTENSIEVE AMBULANTE THUIS
( hoe kan het dat duizenden Jeugdbeschermingswerkers werken aan uithuisplaatsingen
en
geen enkele Jeugdbeschermingswerker werkt aan een inhuisplaatsing.
Kinderen – toch een verdienmodel voor Jeugdbescherming? )

Mede namens ST. BURGER IN NOOD
met vriendelijke groet,
STICHTING DUTCH CHILD CENTER
[E] Kaagwerf 42, 2804 MT Gouda [M] 0620673029

Gemeente Nieuwegein voert zelf de Wet sociale werkvoorziening uit

 
14-01-2019 bron: Gemeente Nieuwegein
 
Sociale-werkvoorziening maatwerkvoorziening participatiewet beschut-werk
 
De gemeente Nieuwegein voert sinds 1 januari 2019 zelf de Wet sociale werkvoorziening uit. Alle Nieuwegeinse Wsw-medewerkers zijn nu in dienst bij de gemeente Nieuwegein. De gemeente Nieuwegein zet daarmee een deel van de dienstverlening van PAUW Bedrijven voort dat per 1 januari 2019 is opgeheven. Werk en Inkomen Lekstroom verzorgt vanaf 1 januari de plaatsing en begeleiding van mensen die voorheen onder PAUW Bedrijven vielen. Samen bieden ze maatwerk voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt.
 
PAUW Bedrijven was het sociaal werkvoorzieningsbedrijf van zes gemeenten in de regio Utrecht, waaronder de gemeente Nieuwegein. PAUW Bedrijven is gestopt omdat er vanaf 2015 geen mensen meer instromen in de Wet sociale werkvoorziening (Wsw). Mensen met een arbeidsbeperking die zich nu melden, vallen automatisch onder de Participatiewet. Dit betekent dat het aantal Wsw-werknemers bij PAUW Bedrijven steeds kleiner zou worden. Als gevolg daarvan hebben de zes gemeenten van PAUW Bedrijven besloten om de medewerkers van de sociale werkvoorziening in dienst te nemen van de gemeente en de uitvoering van de Wsw en de Participatiewet met elkaar te verbinden.
 
Wethouder Ellie Eggengoor: “Ik ben heel blij dat wij het zo hebben kunnen regelen dat er zo min mogelijk verandert voor de Wsw-medewerkers. Zij blijven hetzelfde werk doen, op dezelfde locatie, onder dezelfde arbeidsvoorwaarden. Daarnaast willen wij een plaats bieden voor alle Nieuwegeiners met een afstand tot de arbeidsmarkt. Een ontwikkelplek voor mensen die willen en kunnen doorstromen naar ander werk en een beschutte werkomgeving voor mensen die dit nodig hebben.”
 
Beschut werk bij WerkwIJSS
 
De 55 Nieuwegeinse Wsw-medewerkers die nu beschut werken op de locatie in IJsselstein, blijven op deze locatie werken. De gemeente Nieuwegein heeft daarvoor samen met de gemeenten IJsselstein, Lopik en Vijfheerenlanden een stichting opgericht die onder de naam ‘WerkwIJSS’ gaat werken. Om de dienstverlening vanuit dezelfde locatie te kunnen voortzetten, heeft de gemeente IJsselstein het pand van PAUW Bedrijven overgenomen.
 
Overige medewerkers
 
De overige Nieuwegeinse Wsw-medewerkers werken in de groenvoorziening en het schoonmaakteam in Nieuwegein of zijn gedetacheerd bij een werkgever. De detacheringsovereenkomsten zijn door de gemeente Nieuwegein overgenomen van PAUW Bedrijven en worden onder dezelfde voorwaarden voortgezet.
 
Garantie voor medewerkers
 
Alle 450 Wsw-medewerkers die via PAUW Bedrijven aan het werk waren, zijn verzekerd van passend en betaald werk tot aan hun pensioen. Zij zijn sinds 1 januari 2019 in dienst bij één van de zes gemeenten. Het personeel van PAUW Bedrijven dat in vaste dienst is, heeft ook een werkgarantie. Zij zijn vanaf 1 januari 2019 in dienst van gemeente Nieuwegein, Stichtse Vecht, De Ronde Venen of Werk en Inkomen Lekstroom. Zij blijven betrokken bij de begeleiding van Wsw-medewerkers.
 

Kamervragen: het bericht dat 20 procent van de kinderen van gescheiden ouders hun vader niet meer ziet.

14-01-2019 scheiding
 
Antwoorden op de vragen van de leden Westerveld en Buitenweg (beiden GroenLinks) aan de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over het bericht dat 20 procent van de kinderen van gescheiden ouders hun vader niet meer ziet, nr. 2018Z19051)
 
Vraag 1
 
Kent u het bericht ‘20 procent van kinderen gescheiden ouders ziet vader niet meer’? 1)
 
Antwoord vraag 1
 
Ja.
 
Vraag 2
 
Bent u bereid nader onderzoek te doen naar de redenen dat een op de vijf volwassenen (tussen de 25 en 46 jaar) die als kind een scheiding hebben meegemaakt hun vader en 5 procent hun moeder niet meer ziet?
 
Antwoord vraag 2
 
De Universiteit van Amsterdam (UvA) en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) doen een grootschalig onderzoek naar de individuele gevolgen van gezinscomplexiteit in Nederland, het zogeheten ‘Ouders en Kinderen in Nederland’ (OKiN). In één van de deelonderzoeken vertellen respondenten geboren tussen 1971 en 1991 (op het moment van onderzoek tussen de 25 en 46 jaar oud) over de gezinssituatie tijdens hun jeugd en de relaties die zij op dit moment met hun ouders en stiefouders hebben. Het is de generatie die opgroeide in een tijd waarin de kans steeg dat hun ouders uit elkaar gingen (de echtscheidingsgolf). Uit het onderzoek komt onder meer naar voren dat:
 
de leeftijd van het kind ten tijde van een scheiding een van de belangrijkste voorspellers was van geen contact: hoe jonger het kind, hoe waarschijnlijker dat het contact later werd verloren;
het verliezen van het contact ook sterk afhing van de intensiteit van het contact tussen vader en kind onmiddellijk na de scheiding; hoe minder contact, hoe waarschijnlijker dat het contact uiteindelijk stopte;
conflicten tussen de ouders tijdens het huwelijk en conflicten tussen ouders na de scheiding het risico verhoogden op contactverlies;
vaders die geestelijke gezondheidsproblemen of verslavingsproblemen hadden eerder het contact verloren.
Daarnaast doet het WODC thans onderzoek naar het niet-nakomen van omgangsregelingen. Ik vind het dan ook op dit moment niet opportuun om aanvullend onderzoek te doen.
 
Vraag 3
 
Is bekend hoeveel kinderen van gescheiden ouders nu de vader of moeder niet meer ziet? Zo ja, wat zijn de aantallen? Zo, nee kunt u dit onderzoeken?
 
Antwoord vraag 3
 
Het WODC heeft in 2017 een literatuuronderzoek gepubliceerd dat zich onder meer richt op het verliezen van het contact met de uitwonende ouder na de scheiding. Hieruit blijkt dat het percentage ouders dat het contact met de kinderen helemaal verliest, licht dalende is. Waar in 2006 14 procent van de kinderen van 12 t/m 16 jaar na de scheiding helemaal geen contact meer met de vader had, bedroeg dit percentage in 2013 ongeveer 12 procent.
 
Vraag 4
 
Zijn er gegevens over kinderen van gescheiden ouders die hun vader of moeder niet meer zien uit andere landen? Zo ja, kunt u ons die sturen en voorzien van een analyse?
 
Antwoord vraag 4
 
Deze gegevens zijn mij niet bekend. Het eerdergenoemde WODC-onderzoek over het niet nakomen van omgangsregelingen zal ook buitenlandse stelsels bij de beschouwing betrekken. De uitkomsten van dit onderzoek zal ik naar verwachting begin 2019 toezenden aan uw Kamer.
 
Vraag 6
 
Wat zijn de gevolgen voor zowel kinderen als ouders? Bent u bereid om extra onderzoek te doen naar de gevolgen op de korte en lange termijn?
 
Antwoord vraag 6
 
De ondervraagde vaders uit het hierboven genoemde onderzoek van de UvA en het CBS geven aan er moeite mee te hebben dat het contact met de kinderen verloren is gegaan; zij ervaren minder sociaal welbevinden. Zoals gezegd, voert het WODC een groot onderzoek uit naar het niet nakomen van omgangsregelingen. Hierbij wordt ook gekeken naar de gevolgen van contactverlies voor het kind na een scheiding.
 
Vraag 5
 
Wordt het belang van de band tussen vader en kind voldoende meegenomen bij echtscheidingen en binnen de hulpverlening?
 
Vraag 7
 
Zijn deze cijfers voor u reden om meer te doen om ouderverstoting te voorkomen? Zo nee, waarom niet? Zo ja, wat gaat u doen?
 
Vraag 8
 
Bent u bereid om in gesprek te gaan met kinderen van gescheiden ouders, ouders, onderzoekers, belangenorganisaties, hulpverleners, en rechters over mogelijke oplossingen?
 
Antwoord vraag 5, 7 en 8
 
Het Programma Scheiden zonder Schade voert, in opdracht van de Minister van VWS en van mij, in partnerschap met de VNG, de acties uit van het Actieplan van André Rouvoet. Een van de kernboodschappen van dit actieplan is dat de hulpverlening en juridische instanties als uitgangspunt hanteren dat blijvend contact met beide ouders in het belang van een gezonde ontwikkeling van het kind is. Een groot aantal acties ziet daarop. Zoals het borgen dat in de opleiding van de relevante beroepsgroepen aandacht is voor onder meer het fenomeen ouderverstoting; het aanpassen van de Richtlijnen Jeugd en Jeugdbescherming zodat meer recht wordt gedaan aan het uitgangspunt van gelijkwaardig ouderschap; en het bevorderen van de publieke bewustwording dat het kind recht heeft op zorg door en contact met beide ouders.
 
Het Platform Scheiden zonder Schade is verantwoordelijk voor het uitvoeren van deze acties. Dit Platform bestaat uit ervaringsdeskundigen, wetenschappers, maatschappelijke organisaties, gemeenten, hulpverleners, advocaten en rechters. Het Platform heeft het voornemen om rond de zomer een congres te organiseren over dit onderwerp.
 
Vraag 9
 
Kunt u onder co-ouders onderzoeken welke belemmeringen er vanuit de overheid (zoals de Belastingdienst, Sociale Verzekeringsbank of gemeente) bestaan om co-ouder te zijn?
 
Antwoord vraag 9
 
Op korte termijn gaat er een beleidsdoorlichting naar de Tweede Kamer, met daarin aandacht voor de doelmatigheid en doeltreffendheid van de Algemene Kinderbijslag Wet en de Wet op het kindgebonden budget. Daarin wordt ook aandacht besteed aan het recht op kinderbijslag en kindgebonden budget in het geval van echtscheiding. Naar verwachting voorziet deze beleidsdoorlichting ons van informatie over de belemmeringen die er vanuit de overheid bestaan om co-ouder te zijn.
 

Jeugdautoriteit opgericht

Per 1 januari 2019 bestaat de Jeugdautoriteit. Die is opgericht om het jeugdzorgstelsel goed te laten werken en heeft als doel de continuïteit van essentiële jeugdhulp, jeugdbescherming en jeugdreclassering te borgen. De Jeugdautoriteit bemiddelt als ondersteuning vanuit het ondersteuningsteam Zorg voor Jeugd (OZJ) onvoldoende helpt. Zij spreekt gemeenten aan rond continuïteitsvraagstukken, bemiddelt rond de inkoop van jeugdhulp en bereidt indien nodig bestuurlijke maatregelen voor.
 

Betere jeugdhulp door ‘loslaten bezuinigingskramp’

Betere jeugdhulp is pas haalbaar als gemeenten bereid zijn de bezuinigingskramp los te laten en anders te gaan denken. Dat stellen Thijs Jansen, directeur Stichting Beroepseer, Jos de Blok, oprichter en directeur Buurtzorg Nederland, Toosje Valkenburg, huisarts en medisch directeur academisch hospice Demeter en Marco Mout, oprichter en Chief Creative Officer van WALHALLAb, in een artikel op socialevraagstukken.nl .
Zij roepen gemeenten op om anticyclisch te denken en geven adviezen om stappen richting duurzame oplossingen te zetten. Bijvoorbeeld door het creëren van een omgeving waar vanzelfsprekende steun is voor ouders, kinderen en jongeren en het erkennen van het doorslaggevende belang van gezag en vakkundigheid van jeugdzorgprofessionals. Het artikel is een samenvatting van de conclusies van het boek ‘Écht doen wat nodig is. Een pleidooi voor kleinschalige effectieve jeugdhulp’.
 

Kamerbrief: 1e voortgangsrapportage programma Geweld hoort nergens thuis

20-12-2018

Minister De Jonge (VWS) en minister Dekker (Rechtsbescherming) informeren de Tweede Kamer over de uitkomsten uit de 1e voortgangsrapportage van het programma Geweld hoort nergens thuis.

Kamerbrief: 1e voortgangsrapportage programma Geweld hoort nergens thuis

Minister De Jonge (VWS) en minister Dekker (Rechtsbescherming) informeren de Tweede Kamer over de uitkomsten uit de 1e voortgangsrapportage van het programma Geweld hoort nergens thuis.

Geachte voorzitter,

In navolging op het programma ‘Geweld hoort nergens thuis’ Programma aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling 2018-2021’, ontvangt u hierbij de eerste voortgangsrapportage van dit programma.

De eerste voortgangrapportage laat zien dat de uitvoering van het programma voortvarend is opgepakt en dat de randvoorwaarden om tot een succesvolle aanpak te komen zijn neergezet. Het betreft onder meer het vormen van regio’s en het financieren en aanstellen van regionaal projectleiders, zodat de regio’s aan de slag kunnen met een eigen aanpak voor de uitvoering van de programmalijnen en het opzetten van leerkringen. Om te zorgen dat we huiselijk geweld en kindermishandeling eerder en beter in beeld krijgen, zijn het afgelopen jaar de afwegingskaders voor de verbeterde meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling gemaakt en is de nieuwe werkwijze van Veilig Thuis ontwikkeld. Er worden niet twee maar drie pilots ondersteund in de doorontwikkeling naar een centrum voor huiselijk geweld en kindermishandeling onder één dak en de bestrijding van huiselijk geweld en kindermishandeling is een van de onderwerpen van de veiligheidsagenda voor de periode 2019-2022.

Met deze brief informeren wij u achtereenvolgens over de veiligheidsagenda, bespreekbaar maken, signaleren, veilig thuis, centra Seksueel geweld, vrouwenopvang, traumascreening, schadelijke traditionele praktijken, ouderenmishandeling en monitoring.

Bron ….

Kamerbrief 20 december 2018