MOTIE OVER WAARHEIDSVINDING DOOR 149 STEMMEN AANGENOMEN.

 

FELICITATIES AAN MEVR. VERA BERGKAMP (D66) EN MENEER VAN DER STAAIJ (SGP)

Strafrechterlijk hebben daders en – wat minder de slachtoffers – meer te zeggen dan

ouders in de civiele zaak over hun kind(eren) bij de (nep) kinderrechter.

Dit komt:

1 door enorme macht van Jeugdbescherming/Jeugdzorg e.a.

2 door die (nep)kinderrechters: stempelaars voor Jeugdzorg.

Dat onze Tweede Kamerleden nog meer moties zullen indienen om het dramatische uiteen rukken van gezinnen te voorkomen.

Recente acties Dutch Child Center:
– scherpe brieven naar Vaste Kamercommissie VWS-Jeugd
– actie ” GELE HESJES ” 5 weken lang
– bezoeken aan Kamerleden

Doelen Dutch Child Center:
– goede jeugdzorg thuis
– jeugdzorg zonder uithuisplaatsing

Jongeren gezocht voor onderzoek over uithuisplaatsingen

27 februari 2019 Dossier: Familierecht
 
Elk jaar zijn er vele kinderen die tijdelijk of voor een langere tijd niet meer bij hun ouders kunnen wonen. Rechters, gezinsvoogden en andere hulpverleners maken daar een keuze over. Om een goede keuze te maken is het belangrijk dat kinderen kunnen participeren bij deze beslissing. Hoe vinden kinderen dat het thuis gaat? Waar willen kinderen het liefst heen? Sommige mensen vinden het moeilijk om dit aan jonge kinderen te vragen. In dit onderzoek willen wij jongeren en jongvolwassenen (16-26 jaar) spreken die als jong kind uithuisgeplaatst zijn, en hen vragen welke tips ze hebben voor hulpverleners. We doen het onderzoek samen met de Rijksuniversiteit Groningen.
 
Wat houdt het onderzoek in?
 
Een onderzoeker komt 1x naar jou toe: thuis of een andere gewenste locatie.
Je beantwoordt vragen over hoe hulpverleners beter met jonge kinderen kunnen praten en hen beter kunnen betrekken in de beslissing tot uithuisplaatsing.
Het gesprek duurt ongeveer een uur en wordt opgenomen met een voice-recorder.
 
Wie kan meedoen?
 
Wij zoeken jongeren en jongvolwassenen voor dit onderzoek die:
Tussen de 16 en 26 jaar oud zijn.
Na hun 4e en voor hun 12e verjaardag uithuisgeplaatst zijn.
Daarna tijdelijk of voor een langere tijd in één of meerdere pleeggezinnen (netwerk of onbekenden), gezinshuizen of residentiele woongroepen hebben gewoond.
 
Wat krijg jij er voor terug?
 
Deelname is anoniem en vertrouwelijk, maar alle tips van jou en andere jongeren worden doorgegeven aan hulpverleners. Zij kunnen jullie tips gebruiken wanneer zij overwegen jonge kinderen uit huis te plaatsten. Zo draag jij bij aan meer en betere participatie!
Je krijgt een klein bedankje in de vorm van een spel of een bioscoopbon van 10 euro.
 
Wil je meedoen of heb je vragen?
 
)
 

Familie, buren en vrienden krijgen hoofdrol in jeugdhulp Hoogeveen

Familie, buren en vrienden krijgen hoofdrol in jeugdhulp Hoogeveen
 
‘Jong Hoogeveen heeft de Toekomst’ is de tekst op een tegel die vandaag op het schoolplein van basisschool De Krullevaar is gelegd. De gemeente Hoogeveen introduceert daarmee een nieuw jeugdzorgbeleid. Doel is kinderen en jongeren uit de hulpverlening te houden door bij problemen ouders, de omgeving en andere jongeren in te schakelen.
Geschreven door
Hielke Meijer
Hoogeveen heeft de nieuwe werkwijze afgekeken van Leeds. Deze Engelse stad gooide acht jaar geleden het beleid over een andere boeg. Want steeds meer jongeren kwamen in de hulpverlening en vervolgens in opvangplekken terecht.
 
Voorbeeld Leeds
Sue Rumbolt en Andy Lloyd van Childfriendly City Leeds zijn deze week in Hoogeveen om de filosofie achter hun beleid aan een eerste groep Hoogeveense leraren en hulpverleners uit te leggen.
 
Rumbolt: “Hulpverleners, bedrijven en scholen in Leeds zijn gaan samenwerken. We wilden drie dingen veranderen. Ten eerste het aantal kinderen dat in een jeugdopvang terechtkomt laten dalen. Het tweede is jongeren na school begeleiden naar een goede vervolgopleiding of een baan. Het derde is dat we kinderen helpen om goede resultaten op school te halen.”
 
Hoogeveense Aanpak
Trudy Leijssenaar is directeur van OBS Villa Kakelbont in Hoogeveen. “Elke school heeft nu nog zijn eigen methode, nu wordt dat overal hetzelfde. We noemen het de Hoogeveense Aanpak. Dat is bijvoorbeeld als twee kinderen ruzie hebben, je met met elk kind in gesprek gaat, om het samen op te lossen.”
 
“Kinderen willen we laten inzien wat er gebeurd is, hoe zij zich daar beiden bij voelen en wie daardoor geraakt is en wat ze nodig hebben om weer verder te gaan”, vervolgt Leijssenaar. “Als kinderen dat elkaar kunnen uitleggen, kunnen ze elkaar misschien helpen. Als leerkrachten, ouders en sportdocenten wil je het graag voor de kinderen doen, nu doe je het mét de kinderen.”
 
Minder jeugdopvang
De inschakeling van de omgeving hielp in Leeds. Terwijl in In andere Engelse steden het aantal jongeren in de opvang nog altijd stijgt, daalt dat aantal in Leeds. In acht jaar tijd elf procent minder kinderen en jongeren in de opvang. Het bespaarde de stad al twintig miljoen pond, zegt Rumbolt.
 
“Het verschil is dat we met de mensen, de familie en de omgeving van een jongere samen werken”, zegt Rumbolt. “Het uitgangspunt is dat eerst moet worden vastgesteld of de thuissituatie deze aanpak toelaat.”
 
Lange adem
Wethouder Gert Vos heeft goede verwachtingen van de aanpak: “In Hoogeveen groeien veel kinderen op in een achterstandssituatie. Wij willen die kinderen gelijke kansen op een goede toekomst geven. Het is een aanpak van lange adem, maar ik geloof er heilig in dat dit tot resultaat gaat leiden.”
 

Basis info kinderen

MOET JE NIET DOEN:

ga niet naar instanties, bureaus of gebouwen, maar naar een alleen werkende hulpverlener en zoek die op

ga niet zitten babbelen op school bij je interne begeleider of zorg-coördinator over jouw probleem, want ze moeten alles doorgeven aan de instanties

als je gaat praten ergens ga dan niet alleen, schrijf tevoren op wat je wil vragen of weten

bereid je erop voor wat je wil zeggen en denk niet dat iets er wel bij hoort

zorg dat je dingen begrijpt en onthoudt en herhaal in eigen woorden wat er gezegd is

gebruik Facebook of andere media NIET om over je probleem of vraag te praten

instanties hebben niets te zoeken bij jou op school; daarom hoef je daar niet met ze te praten

MOET JE WEL DOEN:

ik wil dat zorgverleners alles goed vertellen en opschrijven en ik wil alles terug kunnen lezen

die papieren van en over m’ n ouders wil ik goed lezen: is het wel goed opgeschreven

als ik toch een uithuisplaatsing krijg dan wil ik m’ n ouders vaak zien en dat is minstens eenmaal per week

bij een probleem met een instantie: ga je naar iemand van de gemeenteraad, die zijn de baas over instanties

bij bezoek aan je huisarts: ga alleen met korte gerichte vragen ook een huisarts moet alles doorgeven aan instanties

hebben je ouders geen fijne relatie: kom op voor jezelf en vraag om openheid en contact met beiden

 

 

 

 

 

Drentse gemeenten en jeugdhulpaanbieders ondertekenen akkoord voor betere jeugdhulp

 

25-01-2019 bron: GGZ Drenthe

De twaalf Drentse gemeenten en de jeugdhulpaanbieders Accare, Ambiq, Cosis, GGZ Drenthe en Yorneo in Drenthe willen zorgen voor een kwalitatief goed jeugdhulpaanbod tegen betaalbare kosten. Daarvoor ondertekenen zij op vrijdag 25 januari een akkoord om de jeugdhulp in Drenthe anders en goedkoper te organiseren. Met het Bestuurlijk Transformatie Akkoord spreken de partners af hiermee samen aan de slag te gaan.

In heel Nederland was in 2017 het tekort op het totale jeugdhulpbudget van gemeenten 605 miljoen euro. Ook binnen de jeugdhulpregio Drenthe hadden de meeste gemeenten in 2017 een tekort op het jeugdhulpbudget. De verwachting is dat ook in 2018 een tekort ontstaat. Om die reden heeft een kopgroep van wethouders (Assen, Emmen, Hoogeveen en Tynaarlo ) namens de 12 Drentse wethouders Jeugd, samen met de vijf grote aanbieders jeugdhulp (Accare, Ambiq, Cosis, GGZ Drenthe en Yorneo) afgesproken om tot een transformatieakkoord te komen. Doel hiervan is om gezamenlijk te zorgen voor een kwalitatief goed jeugdhulpaanbod tegen betaalbare kosten.

Afspraken
Met het ondertekenen van dit akkoord maken de gemeenten en de jeugdhulpaanbieders samen afspraken hoe tot een andere en betaalbare jeugdhulp te komen. Denk hierbij aan: meer preventie en eigen verantwoordelijkheid, het normaliseren en niet onnodig medicaliseren van het gedrag van kinderen, sneller jeugdhulp dichtbij huis om opschalen te voorkomen, betere samenwerking door de één gezin-één plan-één regisseur-aanpak en het terugdringen van de regeldruk. Het akkoord is een vervolg van het Jeugdzorgstatement Drenthe en is ondersteunend aan het landelijke Transformatieplan Zorg voor Jeugd 2018-2020.

Vervolg
De partners gaan aan de slag met een analyse van de tekorten. Er zijn veel aannames en veronderstellingen over hoe de tekorten in de jeugdhulp zijn ontstaan. Daarom wordt een gezamenlijke analyse uitgevoerd bij zowel gemeenten als aanbieders, financieel en inhoudelijk. De analyse mondt uit in een uitvoeringsplan voor 2019 en verder.

Meer acties
Het akkoord is deel van een groter geheel om de tekorten in de jeugdhulp terug te dringen. Zo wordt ook een beroep gedaan op het Rijk om de bezuinigingen bij de decentralisatie van de Jeugdhulp in 2015 bij te stellen. Ook willen de deelnemers aan het akkoord meer samenwerking tussen alle partners die betrokken zijn bij jeugdhulp, zoals onderwijs, jeugdgezondheidszorg, huisartsen, welzijn en de kleinere jeugdhulpaanbieders. Daarnaast willen de deelnemers aan het akkoord een maatschappelijke discussie starten over de ontwikkelingen in de jeugdhulp: verschillen tussen kinderen moeten meer geaccepteerd worden en minder als probleem ervaren worden.

BRON:

Kamervragen: het bericht dat 20 procent van de kinderen van gescheiden ouders hun vader niet meer ziet.

14-01-2019 scheiding
 
Antwoorden op de vragen van de leden Westerveld en Buitenweg (beiden GroenLinks) aan de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over het bericht dat 20 procent van de kinderen van gescheiden ouders hun vader niet meer ziet, nr. 2018Z19051)
 
Vraag 1
 
Kent u het bericht ‘20 procent van kinderen gescheiden ouders ziet vader niet meer’? 1)
 
Antwoord vraag 1
 
Ja.
 
Vraag 2
 
Bent u bereid nader onderzoek te doen naar de redenen dat een op de vijf volwassenen (tussen de 25 en 46 jaar) die als kind een scheiding hebben meegemaakt hun vader en 5 procent hun moeder niet meer ziet?
 
Antwoord vraag 2
 
De Universiteit van Amsterdam (UvA) en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) doen een grootschalig onderzoek naar de individuele gevolgen van gezinscomplexiteit in Nederland, het zogeheten ‘Ouders en Kinderen in Nederland’ (OKiN). In één van de deelonderzoeken vertellen respondenten geboren tussen 1971 en 1991 (op het moment van onderzoek tussen de 25 en 46 jaar oud) over de gezinssituatie tijdens hun jeugd en de relaties die zij op dit moment met hun ouders en stiefouders hebben. Het is de generatie die opgroeide in een tijd waarin de kans steeg dat hun ouders uit elkaar gingen (de echtscheidingsgolf). Uit het onderzoek komt onder meer naar voren dat:
 
de leeftijd van het kind ten tijde van een scheiding een van de belangrijkste voorspellers was van geen contact: hoe jonger het kind, hoe waarschijnlijker dat het contact later werd verloren;
het verliezen van het contact ook sterk afhing van de intensiteit van het contact tussen vader en kind onmiddellijk na de scheiding; hoe minder contact, hoe waarschijnlijker dat het contact uiteindelijk stopte;
conflicten tussen de ouders tijdens het huwelijk en conflicten tussen ouders na de scheiding het risico verhoogden op contactverlies;
vaders die geestelijke gezondheidsproblemen of verslavingsproblemen hadden eerder het contact verloren.
Daarnaast doet het WODC thans onderzoek naar het niet-nakomen van omgangsregelingen. Ik vind het dan ook op dit moment niet opportuun om aanvullend onderzoek te doen.
 
Vraag 3
 
Is bekend hoeveel kinderen van gescheiden ouders nu de vader of moeder niet meer ziet? Zo ja, wat zijn de aantallen? Zo, nee kunt u dit onderzoeken?
 
Antwoord vraag 3
 
Het WODC heeft in 2017 een literatuuronderzoek gepubliceerd dat zich onder meer richt op het verliezen van het contact met de uitwonende ouder na de scheiding. Hieruit blijkt dat het percentage ouders dat het contact met de kinderen helemaal verliest, licht dalende is. Waar in 2006 14 procent van de kinderen van 12 t/m 16 jaar na de scheiding helemaal geen contact meer met de vader had, bedroeg dit percentage in 2013 ongeveer 12 procent.
 
Vraag 4
 
Zijn er gegevens over kinderen van gescheiden ouders die hun vader of moeder niet meer zien uit andere landen? Zo ja, kunt u ons die sturen en voorzien van een analyse?
 
Antwoord vraag 4
 
Deze gegevens zijn mij niet bekend. Het eerdergenoemde WODC-onderzoek over het niet nakomen van omgangsregelingen zal ook buitenlandse stelsels bij de beschouwing betrekken. De uitkomsten van dit onderzoek zal ik naar verwachting begin 2019 toezenden aan uw Kamer.
 
Vraag 6
 
Wat zijn de gevolgen voor zowel kinderen als ouders? Bent u bereid om extra onderzoek te doen naar de gevolgen op de korte en lange termijn?
 
Antwoord vraag 6
 
De ondervraagde vaders uit het hierboven genoemde onderzoek van de UvA en het CBS geven aan er moeite mee te hebben dat het contact met de kinderen verloren is gegaan; zij ervaren minder sociaal welbevinden. Zoals gezegd, voert het WODC een groot onderzoek uit naar het niet nakomen van omgangsregelingen. Hierbij wordt ook gekeken naar de gevolgen van contactverlies voor het kind na een scheiding.
 
Vraag 5
 
Wordt het belang van de band tussen vader en kind voldoende meegenomen bij echtscheidingen en binnen de hulpverlening?
 
Vraag 7
 
Zijn deze cijfers voor u reden om meer te doen om ouderverstoting te voorkomen? Zo nee, waarom niet? Zo ja, wat gaat u doen?
 
Vraag 8
 
Bent u bereid om in gesprek te gaan met kinderen van gescheiden ouders, ouders, onderzoekers, belangenorganisaties, hulpverleners, en rechters over mogelijke oplossingen?
 
Antwoord vraag 5, 7 en 8
 
Het Programma Scheiden zonder Schade voert, in opdracht van de Minister van VWS en van mij, in partnerschap met de VNG, de acties uit van het Actieplan van André Rouvoet. Een van de kernboodschappen van dit actieplan is dat de hulpverlening en juridische instanties als uitgangspunt hanteren dat blijvend contact met beide ouders in het belang van een gezonde ontwikkeling van het kind is. Een groot aantal acties ziet daarop. Zoals het borgen dat in de opleiding van de relevante beroepsgroepen aandacht is voor onder meer het fenomeen ouderverstoting; het aanpassen van de Richtlijnen Jeugd en Jeugdbescherming zodat meer recht wordt gedaan aan het uitgangspunt van gelijkwaardig ouderschap; en het bevorderen van de publieke bewustwording dat het kind recht heeft op zorg door en contact met beide ouders.
 
Het Platform Scheiden zonder Schade is verantwoordelijk voor het uitvoeren van deze acties. Dit Platform bestaat uit ervaringsdeskundigen, wetenschappers, maatschappelijke organisaties, gemeenten, hulpverleners, advocaten en rechters. Het Platform heeft het voornemen om rond de zomer een congres te organiseren over dit onderwerp.
 
Vraag 9
 
Kunt u onder co-ouders onderzoeken welke belemmeringen er vanuit de overheid (zoals de Belastingdienst, Sociale Verzekeringsbank of gemeente) bestaan om co-ouder te zijn?
 
Antwoord vraag 9
 
Op korte termijn gaat er een beleidsdoorlichting naar de Tweede Kamer, met daarin aandacht voor de doelmatigheid en doeltreffendheid van de Algemene Kinderbijslag Wet en de Wet op het kindgebonden budget. Daarin wordt ook aandacht besteed aan het recht op kinderbijslag en kindgebonden budget in het geval van echtscheiding. Naar verwachting voorziet deze beleidsdoorlichting ons van informatie over de belemmeringen die er vanuit de overheid bestaan om co-ouder te zijn.
 

Jeugdautoriteit opgericht

Per 1 januari 2019 bestaat de Jeugdautoriteit. Die is opgericht om het jeugdzorgstelsel goed te laten werken en heeft als doel de continuïteit van essentiële jeugdhulp, jeugdbescherming en jeugdreclassering te borgen. De Jeugdautoriteit bemiddelt als ondersteuning vanuit het ondersteuningsteam Zorg voor Jeugd (OZJ) onvoldoende helpt. Zij spreekt gemeenten aan rond continuïteitsvraagstukken, bemiddelt rond de inkoop van jeugdhulp en bereidt indien nodig bestuurlijke maatregelen voor.
 

Nieuws van: Inzowijs — begeleiding voor kinderen

Nieuws van: Inzowijs — begeleiding voor kinderen
 
Nieuwe themadagen voor jongeren in 2019.
 
Na zoveel enthousiaste verhalen van de afgelopen jaren organiseren wij in 2019 opnieuw de themadagen. Op tien zaterdagen gaan acht jongeren tussen de 14 en 19 jaar met elkaar aan de slag met thema’s die bij hun leeftijd passen, zoals zelfstandigheid, vriendschap, liefde en gezondheid. Middels spelvormen, brainstormsessies en samenwerkingsopdrachten leren de jongeren niet alleen wat over het onderwerp, maar vergroten zij ook hun sociale leefwereld. Met de hulp van drie begeleiders wordt er ook aan persoonlijke doelen gewerkt zoals sociale interactie, plannen en organiseren.
 
Benieuwd, enthousiast of vragen? Neem dan contact op met Job Tamminga (  ).
Producttip: douchecoach Timo
 
Douchecoach Timo is een zandloper van vijf minuten speciaal voor in de badkamer. Dit leuke hulpmiddel geeft uw kind inzicht in de douchetijd. Door de sterke zuignap is de zandloper makkelijk te bevestigen. De douchecoach kan u moeite èn water besparen en is voor een klein prijsje te verkrijgen.
 
Uittip: winterspeurtocht in de duinen
 
Tijdens de kerstvakantie is het mogelijk om op avontuur te gaan in Meijendel in Wassenaar. De (gratis) speurtocht is 1,5 kilometer lang en komt door het Monkeybos. Onderweg kunnen de kinderen spannende opdrachten doen, zoals in een boom klimmen, een sneeuwdans verzinnen en dierengeluiden nadoen. Vooraf aanmelden is niet nodig. Het startpunt is bij De Tapuit (bezoekerscentrum Dunea).
Bezoek: www.dunea.nl
Uittip: Kerstvakantie in NEMO
 
Een bezoekje aan NEMO Science Museum in Amsterdam is echt de moeite waard. Van 22 december tot en met 6 januari kunnen kinderen aan de slag met winterse experimenten en proefjes.

KINDERRECHTENFESTIVAL 

Met z’n vijven ( 5 vrijwilligers ) waren we  bij het KINDERRECHTENFESTIVAL  afgelopen ZONDAG 25 nov.2018 van 12.00 uur – 17.00 uur  in de Basisschool en Sociaal Centrum RU PARE  in Amsterdam-NieuwWest.

We konden fijn netwerken, met ouders en kinderen praten, stickers en groen/rode kaartjes uitdelen.

Door weer andere vrijwilligers werden we getrakteerd op o.a. mini-loempia’s en koekjes.

Dit zijn ook kinderrechten:

 

RECHT OP EERLIJK PROCES

RECHT OP BESCHERMING

RECHT OP FAMILIE

RECHT OP BROER EN ZUS

 

En deze rechten staan duidelijk op de posters van het College voor de Rechten van de Mens

We weten allen met veel verdriet  dat deze rechten niet gelden bij onze Nederlandse kinderrechters:

bij hen geldt alleen het belang van de aanvragende organisatie.

De valkuil van de ” vage zorgen “

Nic Drion op 13 november 2018

Kindermishandeling. Verwaarlozing. Onveiligheid. We gebruiken soms grote woorden als we ons zorgen maken over kinderen. Als professionals hebben we de plicht om concreet aan te geven welk gedrag van ouders in onze ogen schadelijk is voor hun kinderen, en wat die schade dan precies is. In de praktijk is dat best lastig.

Nog te vaak staan rapportages vol vage zorgen, zoals ‘Ouders schieten tekort’, ‘Moeder is onmachtig’, ‘Vader is agressief’ of ‘De ontwikkeling van het kind wordt ernstig bedreigd.’ Oké, maar wat dan, hoe dan? Wat doen ouders precies verkeerd? Hoe erg is dat voor het kind? Wie stelt, moet bewijzen.
Vage kindermishandeling

Vaag blijven is makkelijk, concreet worden is moeilijk. Zeker als het gaat om onveiligheid. Want kindermishandeling is een geheim dat de meeste gezinnen niet zomaar prijsgeven. En veel hulpverleners zijn terughoudend om ernaar te vragen, om het mis te hebben, om contact te verliezen, et cetera. Er zijn genoeg redenen waarom het niet lukt om concreet te worden.
Op basis van vage zorgen kunnen we niet de juiste beslissingen nemen

Maar er zijn nog veel zwaarder wegende redenen om het wél te proberen. We kunnen kinderen niet helpen als we niet superconcreet zijn over onveiligheid. En hun ouders ook niet, trouwens. Op basis van vage zorgen kunnen we niet de juiste beslissingen nemen. En verkeerde beslissingen hebben vaak dramatische gevolgen, zoals onnodige uithuisplaatsingen.
Investeren

Het is de combinatie van messcherp en hard zijn op onveiligheid, maar zacht en compassievol in de relatie met ouders, die ons in staat stelt om concreet te worden. Die combinatie vergt veel training en vakmanschap van de hulpverlener. Daar moeten we in investeren. Door te werken aan ons partnerschap met ouders. Door de focus te houden op de kinderen. Door te oefenen in het betrekken van netwerken. Door het blijven stellen van vragen, waarbij we langzaam de ui afpellen tot we bij de kern van de onveiligheid komen. Als we dat niet doen, blijven we steken in vage zorgen en dan wordt het veiligheidsplan op drijfzand gebouwd.

Bron en meer: