MOTIE OVER WAARHEIDSVINDING DOOR 149 STEMMEN AANGENOMEN.

 

FELICITATIES AAN MEVR. VERA BERGKAMP (D66) EN MENEER VAN DER STAAIJ (SGP)

Strafrechterlijk hebben daders en – wat minder de slachtoffers – meer te zeggen dan

ouders in de civiele zaak over hun kind(eren) bij de (nep) kinderrechter.

Dit komt:

1 door enorme macht van Jeugdbescherming/Jeugdzorg e.a.

2 door die (nep)kinderrechters: stempelaars voor Jeugdzorg.

Dat onze Tweede Kamerleden nog meer moties zullen indienen om het dramatische uiteen rukken van gezinnen te voorkomen.

Recente acties Dutch Child Center:
– scherpe brieven naar Vaste Kamercommissie VWS-Jeugd
– actie ” GELE HESJES ” 5 weken lang
– bezoeken aan Kamerleden

Doelen Dutch Child Center:
– goede jeugdzorg thuis
– jeugdzorg zonder uithuisplaatsing

De inspectie doet onderzoek naar zogenaamde ‘zwijgcontracten’ in de zorg

 

Dit zijn vaststellingsovereenkomsten tussen personen en zorginstellingen met een ongewenste inhoud. Heeft een zwijgcontract getekend? Dan vragen we u dit te melden bij ons. Dat kan ook anoniem. Lees hier wat u kunt doen.

Wij spreken van een ongewenste inhoud als bijvoorbeeld één of meerdere van onderstaande punten staan opgenomen:

  • verplicht zwijgen
  • afzien van een gang naar de tuchtrechter
  • afzien van aangifte bij politie of openbaar ministerie om strafrechtelijke vervolging te ontlopen
  • afzien van melden bij de inspectie
  • afzien van inschakelen van de media

Hoe kan ik melden?

U kunt contact opnemen met het Landelijk Meldpunt Zorg.

Werkt u in de zorg? Dan kunt een e-mail sturen naar Meldpunt IGJ via of telefonisch contact opnemen via 088 – 120 5000.
Wij zijn van maandag tot en met vrijdag bereikbaar tussen 9.00 en 17.00 uur.

U kunt ook een brief sturen naar:
Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd, Postbus 2518, 6401 DA Heerlen.
Waarom onderzoekt IGJ zwijgcontracten?

Met ons toezicht willen we de kwaliteit en veiligheid van de zorg bewaken. En overeenkomsten met een dergelijke inhoud staan hier haaks op.
Wat doet de inspectie met uw informatie?

We willen met een breed onderzoek in kaart brengen wat voor soort vaststellingsovereenkomsten er worden gesloten. We willen weten waar in de zorgsector dit speelt, om welke redenen dit wordt gedaan.

Om dit te weten te komen is uw melding van groot belang! Als u zich meldt bij de inspectie, dan zullen wij persoonlijk met u de mogelijkheden bespreken. We willen informatie inwinnen en inzicht krijgen in de contracten om te bepalen of de vaststellingsovereenkomsten een ongewenste inhoud hebben. U kunt anoniem melden. We gaan zeer vertrouwelijk met uw informatie om.

Jongeren gezocht voor onderzoek over uithuisplaatsingen

27 februari 2019 Dossier: Familierecht
 
Elk jaar zijn er vele kinderen die tijdelijk of voor een langere tijd niet meer bij hun ouders kunnen wonen. Rechters, gezinsvoogden en andere hulpverleners maken daar een keuze over. Om een goede keuze te maken is het belangrijk dat kinderen kunnen participeren bij deze beslissing. Hoe vinden kinderen dat het thuis gaat? Waar willen kinderen het liefst heen? Sommige mensen vinden het moeilijk om dit aan jonge kinderen te vragen. In dit onderzoek willen wij jongeren en jongvolwassenen (16-26 jaar) spreken die als jong kind uithuisgeplaatst zijn, en hen vragen welke tips ze hebben voor hulpverleners. We doen het onderzoek samen met de Rijksuniversiteit Groningen.
 
Wat houdt het onderzoek in?
 
Een onderzoeker komt 1x naar jou toe: thuis of een andere gewenste locatie.
Je beantwoordt vragen over hoe hulpverleners beter met jonge kinderen kunnen praten en hen beter kunnen betrekken in de beslissing tot uithuisplaatsing.
Het gesprek duurt ongeveer een uur en wordt opgenomen met een voice-recorder.
 
Wie kan meedoen?
 
Wij zoeken jongeren en jongvolwassenen voor dit onderzoek die:
Tussen de 16 en 26 jaar oud zijn.
Na hun 4e en voor hun 12e verjaardag uithuisgeplaatst zijn.
Daarna tijdelijk of voor een langere tijd in één of meerdere pleeggezinnen (netwerk of onbekenden), gezinshuizen of residentiele woongroepen hebben gewoond.
 
Wat krijg jij er voor terug?
 
Deelname is anoniem en vertrouwelijk, maar alle tips van jou en andere jongeren worden doorgegeven aan hulpverleners. Zij kunnen jullie tips gebruiken wanneer zij overwegen jonge kinderen uit huis te plaatsten. Zo draag jij bij aan meer en betere participatie!
Je krijgt een klein bedankje in de vorm van een spel of een bioscoopbon van 10 euro.
 
Wil je meedoen of heb je vragen?
 
)
 

Familie, buren en vrienden krijgen hoofdrol in jeugdhulp Hoogeveen

Familie, buren en vrienden krijgen hoofdrol in jeugdhulp Hoogeveen
 
‘Jong Hoogeveen heeft de Toekomst’ is de tekst op een tegel die vandaag op het schoolplein van basisschool De Krullevaar is gelegd. De gemeente Hoogeveen introduceert daarmee een nieuw jeugdzorgbeleid. Doel is kinderen en jongeren uit de hulpverlening te houden door bij problemen ouders, de omgeving en andere jongeren in te schakelen.
Geschreven door
Hielke Meijer
Hoogeveen heeft de nieuwe werkwijze afgekeken van Leeds. Deze Engelse stad gooide acht jaar geleden het beleid over een andere boeg. Want steeds meer jongeren kwamen in de hulpverlening en vervolgens in opvangplekken terecht.
 
Voorbeeld Leeds
Sue Rumbolt en Andy Lloyd van Childfriendly City Leeds zijn deze week in Hoogeveen om de filosofie achter hun beleid aan een eerste groep Hoogeveense leraren en hulpverleners uit te leggen.
 
Rumbolt: “Hulpverleners, bedrijven en scholen in Leeds zijn gaan samenwerken. We wilden drie dingen veranderen. Ten eerste het aantal kinderen dat in een jeugdopvang terechtkomt laten dalen. Het tweede is jongeren na school begeleiden naar een goede vervolgopleiding of een baan. Het derde is dat we kinderen helpen om goede resultaten op school te halen.”
 
Hoogeveense Aanpak
Trudy Leijssenaar is directeur van OBS Villa Kakelbont in Hoogeveen. “Elke school heeft nu nog zijn eigen methode, nu wordt dat overal hetzelfde. We noemen het de Hoogeveense Aanpak. Dat is bijvoorbeeld als twee kinderen ruzie hebben, je met met elk kind in gesprek gaat, om het samen op te lossen.”
 
“Kinderen willen we laten inzien wat er gebeurd is, hoe zij zich daar beiden bij voelen en wie daardoor geraakt is en wat ze nodig hebben om weer verder te gaan”, vervolgt Leijssenaar. “Als kinderen dat elkaar kunnen uitleggen, kunnen ze elkaar misschien helpen. Als leerkrachten, ouders en sportdocenten wil je het graag voor de kinderen doen, nu doe je het mét de kinderen.”
 
Minder jeugdopvang
De inschakeling van de omgeving hielp in Leeds. Terwijl in In andere Engelse steden het aantal jongeren in de opvang nog altijd stijgt, daalt dat aantal in Leeds. In acht jaar tijd elf procent minder kinderen en jongeren in de opvang. Het bespaarde de stad al twintig miljoen pond, zegt Rumbolt.
 
“Het verschil is dat we met de mensen, de familie en de omgeving van een jongere samen werken”, zegt Rumbolt. “Het uitgangspunt is dat eerst moet worden vastgesteld of de thuissituatie deze aanpak toelaat.”
 
Lange adem
Wethouder Gert Vos heeft goede verwachtingen van de aanpak: “In Hoogeveen groeien veel kinderen op in een achterstandssituatie. Wij willen die kinderen gelijke kansen op een goede toekomst geven. Het is een aanpak van lange adem, maar ik geloof er heilig in dat dit tot resultaat gaat leiden.”
 

Maatregelen RvdK na rapporten Inspecties

13-02-2019 bron: Raad voor de Kinderbescherming

Kinderbescherming wachtlijsten toezicht

Naar aanleiding van de rapporten van de Inspecties Justitie en Veiligheid en Gezondheidszorg en Jeugd over de wachttijden en de toezichthoudende taak van de RvdK.

Rapport wachttijden beheer

De RvdK heeft te hoge wachttijden. De Inspecties Justitie en Veiligheid en Gezondheidszorg en Jeugd hebben onderzoek gedaan naar de maatregelen die de RvdK heeft getroffen om risico’s voor wachtende kinderen te beperken. De minister heeft het onderzoek met een beleidsreactie vandaag aan de kamer aangeboden.

De RvdK prioriteert de onderzoeken. Als kinderen in acuut onveilige situaties verblijven, start de RvdK direct het onderzoek. De RvdK is het met de inspecties eens, dat de maatregelen die toezien op de veiligheid van de kinderen die langer moeten wachten, aanscherping verdienen. Uit een eigen onderzoek van de RvdK naar het beheer van de wachtlijsten komt naar voren dat op casusniveau scherpe en concrete afspraken nodig zijn met ouders en ketenpartners, als de wachttijd langer is.

Uiterlijk 1 maart gaat de RvdK met de betrokken partners deze afspraken maken. Bij alle meldingen voor kinderbeschermingsonderzoeken wordt een risico-uitspraak gedaan, waarin het ontbreken of weigeren van hulpverlening wordt meegewogen. Ook wordt vastgelegd hoe de veiligheid minimaal moet worden gegarandeerd, wie toezicht houdt en wat de consequenties zijn als de afspraken niet worden nageleefd. De melder of casusregisseur wordt actief geïnformeerd over de wachttijd.

Verkorten wachttijden

De Inspecties onderstrepen de urgentie om de wachttijd voor onderzoek te verkorten. Alleen dan kunnen de risico’s voor de kinderen beperkt blijven. De norm voor de wachttijd voor raadsonderzoek is tien dagen. De eerste kwartalen van 2018 bedroeg die tijd gemiddeld dertig dagen, vanaf 1 januari publiceert de RvdK elke maand de gemiddelde landelijke wachttijden voor onderzoek op de website. Onder de naam ‘Versnellen naar 2020’ voert de RvdK sinds oktober 2018 een pakket maatregelen uit dat er op gericht is de wachttijden terug te brengen. Om er zeker van te zijn dat de wachttijden binnen de norm gaan vallen is het nodig dat de RvdK zich meer gaat richten op zijn wettelijke taken. Sinds de decentralisatie van de jeugdhulp zijn medewerkers veel tijd kwijt aan het beantwoorden van algemene vragen en consulten van samenwerkingspartners, terwijl dit niet tot hun kerntaak behoort. De RvdK zal met de samenwerkingspartners in gesprek gaan over wat zij van hem mogen verwachten. De website zal worden aangepast, zodat relevante informatie gemakkelijker toegankelijk wordt. Met de betrokken partners zal bovendien worden nagegaan op welk ogenblik in het proces behoefte is aan de expertise van de RvdK.

Rapport Toezichthoudende taak

Ook hebben de inspecties onderzoek gedaan naar de toezichthoudende taak van de RvdK op de jeugdreclassering door de Gecertificeerde Instellingen. De RvdK beoordeelt of de gestelde reclasseringsdoelen worden gehaald en termijnafspraken worden nageleefd. De inspecties concluderen dat de wijze waarop de RvdK nu uitvoering geeft aan de toezichthoudende taak onvoldoende bijdraagt aan de borging van continuïteit en samenhang binnen de jeugdstrafrechtketen. Daarmee maakt de RvdK zijn toezichthoudende taak onvoldoende waar. Hier is volgens de Inspecties verbetering op noodzakelijk. Medewerkers van de RvdK geven nu prioriteit aan andere taken waardoor de toezichthoudende taak hieraan ondergeschoven raakt.

Zoals de inspecties aangeven, is de RvdK voor een goede uitvoering van zijn toezichthoudende taak afhankelijk van de andere partners in de jeugdstrafrechtketen en is meer scherpte noodzakelijk over de verantwoordelijkheden van de RvdK en andere betrokkenen. De RvdK gaat met de aanbevelingen van de inspecties aan de slag en stelt in overleg met de ketenpartners nog voor de zomer een plan op om het toezicht op de uitvoering van de jeugdreclassering te verbeteren.

Het versterken van de toezichthoudende taak vraagt de komende tijd verhoogde inzet van tijd en capaciteit van de medewerkers. Tegelijk zet de RvdK fors in op het terugbrengen van de wachttijden. Beide opgaven betekenen een forse inspanning voor de medewerkers, maar de RvdK zet alles op alles om deze twee doelen te realiseren. Over de voortgang blijft de RvdK periodiek verantwoording afleggen aan de inspecties en de minister

Bron:

Aantal gezinshuizen blijft stijgen

Het aantal gezinshuizen en het aantal kinderen/jongeren dat in gezinshuizen woont, is in de afgelopen twee jaar gestegen. In 2018 waren er 937 gezinshuizen waar 3113 kinderen/jongeren woonden. Een stijging van respectievelijk 20% en 22,6% ten opzichte van 2016. Deze cijfers en nog meer informatie staan in de nieuwe Factsheet Gezinshuizen 2018.

Lees meer …

Basis info ouders

t

 

DOEN:

Blijf bij jezelf, u bent geen slechte ouder Ga niet op zoek naar hulp bij bureau’s, instanties, gebouwen want zij moeten alles aan elkaar doorgeven.

Betrek uw familie, kennissen erbij als het aan elkaar doorgeven moeilijk wordt, luister goed naar hen.

( zie BLOG 30.06.2017 op de site)

Bij scheiding zoeken naar oplossingen voor frequent contact met de kinderen

Wees duidelijk in wat je van elkaar verwacht en wat niet.

Stap minimaal eens per week uit je bestaan van vele emoties, veel pijn.

Maak een verslag van gesprekken en contacten.

Kom op voor jezelf, laat je stem horen,  doe aan lichaamsbeweging en denk ook aan een weerbaarheidstraining

Ga eerste zelf op zoek bij Google of informeer.

Neem altijd iemand mee in gesprekken met zorgverleners ( die noem je dan je vertrouwenspersoon) maak goede vragen, vraag om adviezen, maak aantekeningen

Maak van gesprekken of contacten altijd meteen het stopt niet vanzelf.

Bel met een stichting voor ouders bij

Jeugdzorg, sluit je aan en doe mee voor jezelf.

NIET DOEN:

Ga niet op zoek naar hulp bij bureau’s, instanties, gebouwen, want zij moeten alles aan elkaar doorgeven.

Ga niet zitten babbelen bij hulpverleners of thuiszorg of teams, maar blijf kort en duidelijk in contacten.

Gebruik nooit Facebook of andere media om over je vraag of probleem te mailen Jeugdzorg en anderen kijken/lezen mee.

Ga nooit alleen naar hulpverleners

Laat u niet onder druk zetten of manipuleren.

Hulp zonder dwang heet drangzorg, dus laat u niet (op)dringen. U moet helemaal niets.

U WILT DAT TOCH ALS OUDER(S) TOCH OOK ?

• JE STEM LATEN HOREN EN OPKOMEN VOOR JE KIND(EREN) EN JEZELF

• SAMENWERKEN IN HET BELANG VAN DUIZENDEN KINDEREN EN OUDERS

• DELEN VAN PERSOONLIJKE ERVARINGEN EN PRAKTISCHE TIPS

• EEN STEENTJE BIJDRAGEN AAN GOEDE ONAFHANKELIJKE JEUGDHULP

• KINDERLEED MOET STOPPEN

• STOP PSYCHISCHE KINDERMISHANDELING DOOR INSTANTIES (het stopt niet vanzelf )

UITHUISGEPLAATSTE KINDEREN VERDIENEN EEN EIGEN (KENNIS) CENTRUM :

 

ST. DUTCH CHILD CENTER  KIND IN NOOD – KIND UITHUIS – KIND KWIJT

is een organisatie, die bestaat uit vrijwilligers. Er bestaan vele vormen van vrijwilligerswerk, verschillend van uren, soort werk en inzet.

Hoe kunt u nu helpen?

En ….. dat is DRINGEND nodig, we zijn echt om u verlegen!

• meehelpen organiseren van een avond of groep in uw eigen plaats of regio of provincie.

• We hebben voorbeelden voor het plaatsen van een oproep/uitnodiging beschikbaar.

• helpen bij sorteren van veel documentatie en dossiers

• helpen bij het schrijven Blogs, artikelen

• helpen bij vele activiteiten

WIJ ALS OUDERS WILLEN EEN EIGEN CENTRUM : ST. DUTCH CHILD CENTER

 

KENT U DAT OOK ?

DAT GEVOEL VAN : ABSURD, VERSCHRIKKELIJK,ONBEGRIJPELIJK,ONMACHT.

ER WORDT WAT DOOR ONZE OVERHEID:

• VERZWEGEN

•                      VERMEDEN

•                                             GEDOOFPOT

•                                                                 GEVEEGD

•                                                                               ONTKEND

BENT U GESLAGEN DOOR DE GESEL VAN JEUGDZORG E.A. ?

BENT U GEBROKEN DOOR HET DAGELIJKSE VERDRIET

U ZIET UW KIND(EREN) NIET MEER?

VELE OUDERS VAN UITHUISGEPLAATSTE KINDEREN MAKEN ZULKE NARE

DINGEN MEE, DAT ZIJ ER GETRAUMATISEERD UITKOMEN.

ADVIES VAN DUTCH CHILD CENTER:

• ZOEK ELKAAR OP EN STEUN ELKAAR

• SCHAKEL HULP IN VAN FAMILIE,KENNISSEN EN PRAAT ALLES UIT

• DE KLAP TE BOVEN Een boek over zelfhulp bij traumatische zaken zie

( zie bij boeken )

 

• DOE SERIEUS MEE MET DCC: ACTIES, PETITIES, DEMONSTRATIES, SCHERPE BRIEVEN

 

Ontmoetingscentrum

Inspectie tikt Jeugdbescherming op de vingers om zwijgcontract

Di 29 januari, 23:09
 
Geschreven door Machteld Veen Redacteur Nieuwsuur
 
Zwijgcontracten in de zorg: de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd noemt ze een belemmering voor openheid en transparantie en het ministerie van Volksgezondheid overweegt een wettelijk verbod. Toch worden er nog steeds zwijgcontracten tussen zorginstellingen en patiënten, cliënten of nabestaanden afgesloten. Dat blijkt uit onderzoek van Nieuwsuur.
 
De Inspectie heeft nu voor het eerst een melding gekregen over een zwijgcontract in de jeugdzorg. Eerder kwamen vooral contracten in de ziekenhuis-, gehandicapten- en ouderenzorg in het nieuws. De afgelopen anderhalf jaar zijn zeven nieuwe contracten gemeld bij de inspectie, waaronder deze. Het gaat om een contract dat Jeugdbescherming Gelderland eind 2017 afsloot met een man die als tiener werd misbruikt door zijn pleegvader.
Verbod
 
Minister Hugo de Jonge van Volksgezondheid schaart zich vanavond op Twitter achter het oordeel van de Inspectie. Eerder dreigde minister Schippers ook al met een verbod op zwijgcontracten. Dat kwam er nooit.
 
Zwijgcontracten in de zorg deugen niet. Een wettelijk verbod op dergelijke contracten moet helpen om dit fenomeen echt uit te bannen.
 
De Jeugdbescherming haalde de jongen niet direct weg bij de pleegvader: hij moest er nog twee maanden blijven wonen. Na een jarenlange worsteling voor erkenning krijgt hij, inmiddels volwassen, een schadevergoeding. Maar daarbij moet hij wel een zwijgcontract tekenen waarin staat dat hij met niemand mag praten over de zaak.
 

Drentse gemeenten en jeugdhulpaanbieders ondertekenen akkoord voor betere jeugdhulp

 

25-01-2019 bron: GGZ Drenthe

De twaalf Drentse gemeenten en de jeugdhulpaanbieders Accare, Ambiq, Cosis, GGZ Drenthe en Yorneo in Drenthe willen zorgen voor een kwalitatief goed jeugdhulpaanbod tegen betaalbare kosten. Daarvoor ondertekenen zij op vrijdag 25 januari een akkoord om de jeugdhulp in Drenthe anders en goedkoper te organiseren. Met het Bestuurlijk Transformatie Akkoord spreken de partners af hiermee samen aan de slag te gaan.

In heel Nederland was in 2017 het tekort op het totale jeugdhulpbudget van gemeenten 605 miljoen euro. Ook binnen de jeugdhulpregio Drenthe hadden de meeste gemeenten in 2017 een tekort op het jeugdhulpbudget. De verwachting is dat ook in 2018 een tekort ontstaat. Om die reden heeft een kopgroep van wethouders (Assen, Emmen, Hoogeveen en Tynaarlo ) namens de 12 Drentse wethouders Jeugd, samen met de vijf grote aanbieders jeugdhulp (Accare, Ambiq, Cosis, GGZ Drenthe en Yorneo) afgesproken om tot een transformatieakkoord te komen. Doel hiervan is om gezamenlijk te zorgen voor een kwalitatief goed jeugdhulpaanbod tegen betaalbare kosten.

Afspraken
Met het ondertekenen van dit akkoord maken de gemeenten en de jeugdhulpaanbieders samen afspraken hoe tot een andere en betaalbare jeugdhulp te komen. Denk hierbij aan: meer preventie en eigen verantwoordelijkheid, het normaliseren en niet onnodig medicaliseren van het gedrag van kinderen, sneller jeugdhulp dichtbij huis om opschalen te voorkomen, betere samenwerking door de één gezin-één plan-één regisseur-aanpak en het terugdringen van de regeldruk. Het akkoord is een vervolg van het Jeugdzorgstatement Drenthe en is ondersteunend aan het landelijke Transformatieplan Zorg voor Jeugd 2018-2020.

Vervolg
De partners gaan aan de slag met een analyse van de tekorten. Er zijn veel aannames en veronderstellingen over hoe de tekorten in de jeugdhulp zijn ontstaan. Daarom wordt een gezamenlijke analyse uitgevoerd bij zowel gemeenten als aanbieders, financieel en inhoudelijk. De analyse mondt uit in een uitvoeringsplan voor 2019 en verder.

Meer acties
Het akkoord is deel van een groter geheel om de tekorten in de jeugdhulp terug te dringen. Zo wordt ook een beroep gedaan op het Rijk om de bezuinigingen bij de decentralisatie van de Jeugdhulp in 2015 bij te stellen. Ook willen de deelnemers aan het akkoord meer samenwerking tussen alle partners die betrokken zijn bij jeugdhulp, zoals onderwijs, jeugdgezondheidszorg, huisartsen, welzijn en de kleinere jeugdhulpaanbieders. Daarnaast willen de deelnemers aan het akkoord een maatschappelijke discussie starten over de ontwikkelingen in de jeugdhulp: verschillen tussen kinderen moeten meer geaccepteerd worden en minder als probleem ervaren worden.

BRON:

Kamervragen: het bericht dat 20 procent van de kinderen van gescheiden ouders hun vader niet meer ziet.

14-01-2019 scheiding
 
Antwoorden op de vragen van de leden Westerveld en Buitenweg (beiden GroenLinks) aan de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over het bericht dat 20 procent van de kinderen van gescheiden ouders hun vader niet meer ziet, nr. 2018Z19051)
 
Vraag 1
 
Kent u het bericht ‘20 procent van kinderen gescheiden ouders ziet vader niet meer’? 1)
 
Antwoord vraag 1
 
Ja.
 
Vraag 2
 
Bent u bereid nader onderzoek te doen naar de redenen dat een op de vijf volwassenen (tussen de 25 en 46 jaar) die als kind een scheiding hebben meegemaakt hun vader en 5 procent hun moeder niet meer ziet?
 
Antwoord vraag 2
 
De Universiteit van Amsterdam (UvA) en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) doen een grootschalig onderzoek naar de individuele gevolgen van gezinscomplexiteit in Nederland, het zogeheten ‘Ouders en Kinderen in Nederland’ (OKiN). In één van de deelonderzoeken vertellen respondenten geboren tussen 1971 en 1991 (op het moment van onderzoek tussen de 25 en 46 jaar oud) over de gezinssituatie tijdens hun jeugd en de relaties die zij op dit moment met hun ouders en stiefouders hebben. Het is de generatie die opgroeide in een tijd waarin de kans steeg dat hun ouders uit elkaar gingen (de echtscheidingsgolf). Uit het onderzoek komt onder meer naar voren dat:
 
de leeftijd van het kind ten tijde van een scheiding een van de belangrijkste voorspellers was van geen contact: hoe jonger het kind, hoe waarschijnlijker dat het contact later werd verloren;
het verliezen van het contact ook sterk afhing van de intensiteit van het contact tussen vader en kind onmiddellijk na de scheiding; hoe minder contact, hoe waarschijnlijker dat het contact uiteindelijk stopte;
conflicten tussen de ouders tijdens het huwelijk en conflicten tussen ouders na de scheiding het risico verhoogden op contactverlies;
vaders die geestelijke gezondheidsproblemen of verslavingsproblemen hadden eerder het contact verloren.
Daarnaast doet het WODC thans onderzoek naar het niet-nakomen van omgangsregelingen. Ik vind het dan ook op dit moment niet opportuun om aanvullend onderzoek te doen.
 
Vraag 3
 
Is bekend hoeveel kinderen van gescheiden ouders nu de vader of moeder niet meer ziet? Zo ja, wat zijn de aantallen? Zo, nee kunt u dit onderzoeken?
 
Antwoord vraag 3
 
Het WODC heeft in 2017 een literatuuronderzoek gepubliceerd dat zich onder meer richt op het verliezen van het contact met de uitwonende ouder na de scheiding. Hieruit blijkt dat het percentage ouders dat het contact met de kinderen helemaal verliest, licht dalende is. Waar in 2006 14 procent van de kinderen van 12 t/m 16 jaar na de scheiding helemaal geen contact meer met de vader had, bedroeg dit percentage in 2013 ongeveer 12 procent.
 
Vraag 4
 
Zijn er gegevens over kinderen van gescheiden ouders die hun vader of moeder niet meer zien uit andere landen? Zo ja, kunt u ons die sturen en voorzien van een analyse?
 
Antwoord vraag 4
 
Deze gegevens zijn mij niet bekend. Het eerdergenoemde WODC-onderzoek over het niet nakomen van omgangsregelingen zal ook buitenlandse stelsels bij de beschouwing betrekken. De uitkomsten van dit onderzoek zal ik naar verwachting begin 2019 toezenden aan uw Kamer.
 
Vraag 6
 
Wat zijn de gevolgen voor zowel kinderen als ouders? Bent u bereid om extra onderzoek te doen naar de gevolgen op de korte en lange termijn?
 
Antwoord vraag 6
 
De ondervraagde vaders uit het hierboven genoemde onderzoek van de UvA en het CBS geven aan er moeite mee te hebben dat het contact met de kinderen verloren is gegaan; zij ervaren minder sociaal welbevinden. Zoals gezegd, voert het WODC een groot onderzoek uit naar het niet nakomen van omgangsregelingen. Hierbij wordt ook gekeken naar de gevolgen van contactverlies voor het kind na een scheiding.
 
Vraag 5
 
Wordt het belang van de band tussen vader en kind voldoende meegenomen bij echtscheidingen en binnen de hulpverlening?
 
Vraag 7
 
Zijn deze cijfers voor u reden om meer te doen om ouderverstoting te voorkomen? Zo nee, waarom niet? Zo ja, wat gaat u doen?
 
Vraag 8
 
Bent u bereid om in gesprek te gaan met kinderen van gescheiden ouders, ouders, onderzoekers, belangenorganisaties, hulpverleners, en rechters over mogelijke oplossingen?
 
Antwoord vraag 5, 7 en 8
 
Het Programma Scheiden zonder Schade voert, in opdracht van de Minister van VWS en van mij, in partnerschap met de VNG, de acties uit van het Actieplan van André Rouvoet. Een van de kernboodschappen van dit actieplan is dat de hulpverlening en juridische instanties als uitgangspunt hanteren dat blijvend contact met beide ouders in het belang van een gezonde ontwikkeling van het kind is. Een groot aantal acties ziet daarop. Zoals het borgen dat in de opleiding van de relevante beroepsgroepen aandacht is voor onder meer het fenomeen ouderverstoting; het aanpassen van de Richtlijnen Jeugd en Jeugdbescherming zodat meer recht wordt gedaan aan het uitgangspunt van gelijkwaardig ouderschap; en het bevorderen van de publieke bewustwording dat het kind recht heeft op zorg door en contact met beide ouders.
 
Het Platform Scheiden zonder Schade is verantwoordelijk voor het uitvoeren van deze acties. Dit Platform bestaat uit ervaringsdeskundigen, wetenschappers, maatschappelijke organisaties, gemeenten, hulpverleners, advocaten en rechters. Het Platform heeft het voornemen om rond de zomer een congres te organiseren over dit onderwerp.
 
Vraag 9
 
Kunt u onder co-ouders onderzoeken welke belemmeringen er vanuit de overheid (zoals de Belastingdienst, Sociale Verzekeringsbank of gemeente) bestaan om co-ouder te zijn?
 
Antwoord vraag 9
 
Op korte termijn gaat er een beleidsdoorlichting naar de Tweede Kamer, met daarin aandacht voor de doelmatigheid en doeltreffendheid van de Algemene Kinderbijslag Wet en de Wet op het kindgebonden budget. Daarin wordt ook aandacht besteed aan het recht op kinderbijslag en kindgebonden budget in het geval van echtscheiding. Naar verwachting voorziet deze beleidsdoorlichting ons van informatie over de belemmeringen die er vanuit de overheid bestaan om co-ouder te zijn.